Dokter De dokter komt regelmatig langs om te kijken hoe het met je gaat. Zij vertelt welke medicijnen je moet hebben, of hoe lang je nog moet blijven. |
Verpleegkundigen De kinderverpleegkundige zorgt voor je, verschoont je bed, neemt de temperatuur op en geeft je medicijnen. Er werken heel veel verpleegkundigen. Er zijn dus verschillende verpleegkundigen die voor je zorgen. |
Pedagogisch medewerkende De pedagogisch medewerkende vertelt over onderzoeken, de operatie en laat je thuis voelen in het ziekenhuis. Soms mag je niet van je kamer of uit je bed om te spelen. Dan zorgt de pedagogisch medewerkende dat je spelletjes bij je bed kunt doen. |
Secretaresse De secretaresse neemt de telefoon aan, maakt afspraken en regelt de papieren. |
Servicemedewerkende ’s Morgens en ‘s avonds komt de servicemedewerkende langs met een broodkar. Je kunt zelf kiezen wat je wilt eten. De warme maaltijd krijg je tussen de middag. |
Fysiotherapeut De fysiotherapeut doet oefeningen met je als dat nodig is en leert je met krukken lopen als je bijvoorbeeld je been hebt gebroken. |
Laborant De laborant komt je een prik geven om je bloed te onderzoeken, dit gebeurt meestal in de behandelkamer. Er zijn ook laboranten die foto’s maken of hartfilmpjes. |
Schoonmaakster De schoonmaakster zorgt ervoor dat de afdeling schoon is. |
